Edgar Portraits
GalleryEdgarPortraitsProcessNewsLinksContact
 
     
click to enlarge

TECHNIEKEN

POTLOOD

Potlood is een mengsel van grafiet en klei gevat in hout, beschikbaar in verschillende hardheden. Met dit materiaal kunnen zowel vrije als gedetailleerde tekeningen gemaakt worden in een breed scala van grijstonen. Edgar gebruikt potlood voor tekeningen van musici, modellen, portretten, dieren en landschappen. Het is voor hem een praktisch materiaal dat zich goed leent voor schetsen op reis of op lokatie in een concertzaal, cafe. Edgars tekenetui bevat verschillende soorten potlood: Koh-I-Noor , Hardtmuth of Staedtler van hardheid hB tot 9B, dikke grafietstiften, dunne vulpotloden en wateroplosbare potloden. Zijn favourieten zijn het dikke Koh I Noor 8b potlood of de nieuwe soorten Wopex Staedler 3b, BIC Ecolution hB. Soms combineert hij zijn potloodtechniek met kleurpotlood, aquarel, inktpen, of gewassen inkt. Hij gebruikt nooit kneedgum maar Cretacolor monolith gum die niet vlekt. Schetsboeken van Daler Rowney met 150 g cartridge papier in formaat A2, A3 en A4 hebben het juiste gladde oppervlakte voor zijn potloodtechniek. Edgar breekt zijn potlood in kleine potloodstompjes zodat ze verlengstuk van zijn hand zijn en houdt ze scherpgeslepen. Hij tekent met brede, draaiende handbewegingen lange vloeiende lijnen. Zijn collectie tekeningen wordt bewaard in Prat Paris portfolio’s, gerangschikt naar thema en onderwerp.

SIBERISCH KRIJT

Voor zwart-wit portretten gebruikt Edgar ook Siberisch krijt (Conté à Paris) op 50x 65 cm formaat. Dit is samengeperste houtskool dat zwarter en minder vluchtig is dan houtskool.

PASTEL

Pastels zijn met de hand gerolde staafjes puur pigment, vermengd met pijpaarde en arabische gom. Met dit zacht soort kleurkrijt kan op een schilder-achtige wijze op papier getekend worden. Het is een dekkende techniek tussen tekenen en schilderen in. Door de subtiele tinten leent het zich goed voor portret. Het materiaal heeft een fluwelige textuur en wordt meestal op getint papier met een structuur toegepast.

Edgar tekent op Hahnemuller Ingres-papier (48x63cm) of Canson mi-teintes (50x65cm, 160 gram) in verschillende tinten. In zijn vroege werk (academie-tijd) tekende Edgar op bruin pakpapier. Hij gebruikt een groot scala aan pastelmerken: Talens, Rowney, Unison, Toison d’Or, Jaxell, Grumbacher, Faber-Castell, Sennelier à Paris. Dit laatste merk, ontwikkeld ten tijde van het Franse impressionisme, is zijn favouriet.

AQUAREL

Transparante waterverf met veelal heldere kleuren. De aquarel wordt geschilderd op speciaal papier dat extra dik is en vocht absorbeert. De meeste aquarellisten gebruiken geen wit – voor wit laten zij het papier onbeschilderd. Men spreekt van een nat-in-nat techniek als de kleuren op het vochtige papier worden aangebracht en vervolgens uitvloeien. Door de transparante kleuren laag over laag heen te schilderen krijg je een mooie menging van de kleuren. Edgar aquarelleert met nylon penselen, Winsor & Newton of Schminke aquarelverf in tubes en napjes op Fabriano of Arches 300 grams aquarelpapier (100% katoen). Ook werkt hij op handgeschept papier (bamboe, moerbei, katoen) afkomstig uit Azië.

OLIEVERF

Een verfsoort die al sinds de Middeleeuwen in de schilderkunst wordt gebruikt. Edgar is geboeid door deze eeuwenoude techniek (en houdt niet van acrylverf). De olieverf kan op een klassieke wijze in dunne, gladde soms transparente lagen (‘glacis’) worden aangebracht. Edgar gebruikt de verf met meer volume – zoals de impressionisten deden – zodat de dikke penseelstreken zichtbaar blijven. Zijn stijl is in de loop der tijd meer pasteus geworden. Edgar schildert met varkensharen (‘Lyonese’) penselen, die hij schoonmaakt met RR500 een middel op basis van zonnebloemolie Hij schildert met tubes van Talens ‘Rembrandt’, Oudt Hollandsche ‘Scheveningse’ verf, Lefranc et Bourgeois, Blockx, en Terre Grezze d’Italia op verschillende soorten Belgisch linnen. Soms gebruikt hij het grove canvas van postzakken als ondergrond. Hij spant het linnen meestal zelf op en grond het met Talens gesso primer. Het formaat varieert van 40x50 cm tot 120x150 cm In de loop van het schilderproces verandert hij soms het formaat van de schilderij ter wille van de compositie. Met het vernissen (Schminke retouch en slotvernis) van de schilderijen wacht hij een paar jaar totdat de verf helemaal doordroogt is...

GEMENGDE TECHNIEKEN

Voor zijn danstekeningen, en soms voor zijn portretten, gebruikt Edgar een combinatie van verschillende materialen: aquarelverf, aquarelkrijt (Neocolor Caran d’Ache) en zwarte of bister inkt met Japanse penseelpennen of calligrafeerstiften.

SANGUINE KRIJT

Sanguine krijt, gemaakt van rode aarde pigmenten, is bekend van Oude Meester tekeningen. Edgar gebruikt het in de vorm van potloden en krijtstaafjes (Hardmuth Koh-I- Noor, Caran d’Ache).

INKT

Edgar gebruikt voor zijn schetsen Japanse penseelpennen met niet –watervast inkt. In zijn inkttekeningen past hij gewassen inkt en nat-in-nat technieken toe en combineert het vaak met andere materialen (zie: gemengde technieken). Ook werkt hij met gekleurde inkt en bister.

HOUTSKOOL

Houtskool is een van de oudste tekenmaterialen. Gemaakt van geschroeide wilgentwijgen. Het is een populaire techniek omdat het zo gemakkelijk te corrigeren is. Edgar tekende in zijn academietijd veel met houtskool en werkt nu meestal met siberisch krijt dat diepere tonen heeft.

VILTSTIFT

Een viltstift, een pen met inktreservoir en een poreuze vilten punt is een uitvinding uit de vijftiger jaren. Edgar heeft in zijn kinderjaren veel kleurrijke tekeningen met vilstift gemaakt.

INKTPEN

Edgar maakt sindskort gebruik van een Rotring Artpen, een vulpen speciaal ontwikkeld voor tekenaars Een praktisch alternatief voor de traditionele kroontjespen). Hij combineert het vaak met potlood.



TECHNIQUES

PENCIL

A mixture of graphite and clay mounted in wood, available in various degrees of hardness. On paper precise drawings can be made in a wide range of gray tones. In his drawings Edgar uses different types of pencils – Koh-i-noor Hardtmuth or Staedtler (hardness hB to 9B), thick woodless graphite shafts, thin refillable lead pencils as well as pencils that are water-soluble. Sometimes he likes to combine his pencil technique with color pencil, watercolor, ink pen, or ink wash. His favourite gum is Cretacolor monolith which never gives stains. Daler Rowney sketchbooks (160 grams cartridge paper) in A2, A3 and A4 format provide the right smooth surface for his pencil techniques. Edgar breaks his pencils into small pencil stubs so that the material is close to his hand. With turning movements he draws long flowing lines which don't seem to end. He keeps them very sharp.

SIBERIAN CHALK

For black and white portraits in 50x65 cm format, Edgar also uses Siberian chalk (Conté à Paris). Siberian chalk is compressed charcoal that is blacker and less volatile than regular charcoal.

SOFT PASTEL

Pigment mixed with gum and water pressed into a dried stick form. This colored chalk can be used to draw on paper in more or less the same way as painting. It is a technique positioned between drawing and painting. The subtle shades make it particularly suitable for portraits. The material has a velvety texture and is usually applied to tinted paper of rough structure.

Edgar uses Hahnemuller Ingres paper (48x63cm) and Canson mi-teintes (50x65cm, 160 gram) in various tones. In his academy years Edgar was drawing on brown butcher paper. He also uses a large range of branded products – Talens, Rowney, Unison, Toison d’Or, Jaxell, Grumbacher, Faber-Castell, Sennelier à Paris. This last brand, developed during the French impressionist period, is Edgar’s favorite.

WATERCOLOR

Transparent water color usually with bright tones. The water color is painted on special paper that is especially thick and absorbent. Most watercolorist don’t use white. For white, they leave the unpainted paper blank. Wet-in-wet technique is when colors are applied to moist paper and then spread out. Edgar uses nylon brushes, Winsor & Newton or Schminke watercolor paint in tubes and pans on 300 gram Fabriano or Arches paper (100% cotton). He also works on hand-made paper (bamboo, mulberry, cotton) from Asian countries.

OIL PAINT

Oilpaint has been used since the Middle Ages. Edgar is fascinated by this traditional painting technique. ( and prefers it to acrylic paint ). Oil paint can be applied, in a classical way, in thin, smooth and sometimes transparent layers (‘glacis’). In the coursse of time Edgar applies this paint in more heavily (‘pastose’) in such a way that thick brushstrokes and the roughness of paint surface remain visible, like the impressionists did.

Edgar uses bristle brushes hij schoonmaakt met RR500 a liquid based on sunflowe oil. He paints tubes with Talens Rembrandt, Old Holland, Lefranc & Bourgeois, Blockx, Terre Grezze d’Italia oil paints on various types of canvas from Belgium. He sometimes uses the rough canvas of mailbags as a painting support. Edgar likes to stretch the canvasses himself and sometimes he changes the formats during the painting proces in order to adjust the composition. Formats vary from 40x50cm to 120x150cm. With varnishing (Schminke retouch and final varnish) he waits for a few years when the paint is completely dry.

MIXED TECHNIQUES

For his dance drawings and sometimes for his portraits Edgar uses a combination of different materials – watercolor paint, water soluble chalk (Neocolor Caran d’Ache) and black or bistre ink with Japanese brush pencils and calligraphy pens.

SANGUINE CHALK

Sanguine is an artists chalk manufactured of red earth pigment. This blood reddish chalk was particularly used in Old Master drawings. Edgar is making use of sanguine pencils and sticks. (Hardmuth Koh-I-Noor, Caran d’Ache).

INK

Edgar uses water-soluble drawing ink mostly from Japanese brush pens for his sketches. Ink washes, wet-in-wet is part of his brush technique and he often he combines it with other materials (see: mixed media). Occasionally he is making use of colored ink and bistre.

CHARCOAL

A classic art materiaal made of burned willow twigs. It is a popular technique as it can be easily corrected. Most of Edgar’s charcoal work has been made during his academy years. Edgar is now drawing with siberian chalk, compressed charcoal which has deeper shades.

MARKER PEN

A marker, a pen which has its own ink source and a tip made of porous felt, has been invented in the 1950's. Edgar has made a lot of colorful drawings with markers during his childhood.

INK PEN

Recently Edgar has started to make use of Rotring Artpen, a fountain pen especially for sketching. A practical alternative for traditional steel nibs for drawing. He often combines it with pencils.

 

click to enlarge
click to enlarge
click to enlarge
click to enlarge
click to enlarge
 
click to enlarge
click to enlarge
 
click to enlarge
click to enlarge
 
click to enlarge
click to enlarge
 
click to enlarge
click to enlarge
 
click to enlarge
click to enlarge
 
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
   
click to enlarge
click to enlarge
Copyright ©  Edgar Jansen 2011  e-mail: Edgar