TECHNIEKEN
POTLOOD
Een mengsel van grafiet en klei gevat in hout,
beschikbaar in verschillende hardheden. Met potlood kunnen precieze
tekeningen op papier gemaakt worden in een scala van grijstonen.
Edgar tekent met verschillende soorten potlood: Koh-i-noor Hardtmuth
of Staedtler van hardheid hB tot 9B, dikke grafietstiften, dunne
vulpotloden en wateroplosbare potloden, Cretacolor gum. In schetsboeken
van Daler Rowney (160 grams cartrigde papier) van het formaat
A3 en A4.
SIBERISCH KRIJT
Voor zwart-wit portretten gebruikt Edgar ook Siberisch krijt
(Conté à Paris) op 50x 65 cm formaat. Dit is samengeperste
houtskool dat zwarter en minder vluchtig is dan houtskool.
PASTEL
Pastels
zijn met de hand gerolde staafjes puur pigment, vermengd met
pijpaarde en arabische gom. Met dit zacht soort kleurkrijt kan
op een schilder-achtige wijze op papier getekend worden. Het
is een dekkende techniek tussen tekenen en schilderen in. Door
de subtiele tinten leent het zich goed voor portret. Het materiaal
heeft een fluwelige textuur en wordt meestal op getint papier
met een structuur toegepast.
Edgar tekent op Hahnemuller Ingres-papier (48x63cm) of Canson
mi-teintes (50x65cm, 160 gram) in verschillende tinten. In zijn vroege werk (academie-tijd) tekende Edgar op bruin pakpapier. Hij
gebruikt een groot scala aan pastelmerken: Talens, Rowney, Unison,
Toison dOr, Jaxell, Grumbacher, Faber-Castell, Sennelier
à Paris. Dit laatste merk, ontwikkeld ten tijde van het
Franse impressionisme, is zijn favouriet.
AQUAREL
Transparante waterverf met veelal heldere kleuren.
De aquarel wordt geschilderd op speciaal papier dat extra dik
is en vocht absorbeert. De meeste aquarellisten gebruiken geen
wit voor wit laten zij het papier onbeschilderd. Men
spreekt van een nat-in-nat techniek als de kleuren op het vochtige
papier worden aangebracht en vervolgens uitvloeien. Door de
transparante kleuren laag over laag heen te schilderen krijg
je een mooie menging van de kleuren. Edgar aquarelleert met
nylon penselen, Winsor & Newton of Schminke aquarelverf
in tubes en napjes op Fabriano of Arches 300 grams aquarelpapier
(100% katoen). Ook werkt hij op handgeschept papier (bamboe,
moerbei, katoen) afkomstig uit Azië.
OLIEVERF
Een
verfsoort die al sinds de Middeleeuwen in de schilderkunst wordt
gebruikt. De olieverf kan op een klassieke wijze in dunne, gladde
soms transparente lagen (glacis) worden aangebracht.
Edgar gebruikt de verf met meer volume zoals de impressionisten
deden zodat de dikke penseelstreken zichtbaar blijven.
Edgar schildert met varkensharen (Lyonese) penselen
met verf van Talens Rembrandt, Oudt Hollandsche
Scheveningse verf, en Lefranc et Bourgeois op linnen.
Soms gebruikt hij het canvas van postzakken als ondergrond.
Het formaat varieert van 40x50 cm tot 80x120 cm.
GEMENGDE TECHNIEKEN
Voor zijn danstekeningen, en soms
voor zijn portretten, gebruikt Edgar een combinatie van verschillende
materialen: aquarelverf, aquarelkrijt (Neocolor Caran dAche)
en zwarte of bister inkt met Japanse penseelpennen of calligrafeerstiften.
SANGUINE KRIJT
Sanguine krijt, gemaakt van rode aarde pigmenten, is bekend van Oude Meester tekeningen. Edgar gebruikt het in de vorm van potloden en krijtstaafjes (Hardmuth Koh-I- Noor, Caran dAche).
INKT
Edgar gebruikt voor zijn schetsen Japanse penseelpennen met niet –watervast inkt. In zijn inkttekeningen past hij gewassen inkt en nat-in-nat technieken toe en combineert het vaak met andere materialen (zie: gemengde technieken). Ook werkt hij met gekleurde inkt en bister.
HOUTSKOOL
Houtskool is een van de oudste tekenmaterialen. Gemaakt van geschroeide wilgentwijgen. Het is een populaire techniek omdat het zo gemakkelijk te corrigeren is. Edgar tekende in zijn academietijd veel met houtskool en werkt nu meestal met siberisch krijt dat diepere tonen heeft.
TECHNIQUES
PENCIL
A
mixture of graphite and clay mounted in wood, available in various
degrees of hardness. On paper precise drawings can be made in
a wide range of gray tones. In his drawings Edgar uses different
types of pencils Koh-i-noor Hardtmuth or Staedtler (hardness
hB to 9B), thick woodless graphite shafts, thin refillable lead
pencils and pencils that are water-soluble, Cretacolor gum
in Daler Rowney sketchbooks (160 grams cartridge paper) in A3
and A4 format.
SIBERIAN CHALK
For black and white portraits in 50x65
cm format, Edgar also uses Siberian chalk (Conté à
Paris). Siberian chalk is compressed charcoal that is blacker
and less volatile than regular charcoal.
SOFT PASTEL
Pigment mixed with gum and water pressed
into a dried stick form. This colored chalk can be used to draw
on paper in more or less the same way as painting. It is a technique
positioned between drawing and painting. The subtle shades make
it particularly suitable for portraits. The material has a velvety
texture and is usually applied to tinted paper of rough structure.
Edgar
uses Hahnemuller Ingres paper (48x63cm) and Canson mi-teintes
(50x65cm, 160 gram) in various tones. In his academy years Edgar was drawing on brown butcher paper. He also uses a large range
of branded products Talens, Rowney, Unison, Toison dOr,
Jaxell, Grumbacher, Faber-Castell, Sennelier à Paris.
This last brand, developed during the French impressionist period,
is Edgars favorite.
WATERCOLOR
Transparent water color usually with bright tones. The water
color is painted on special paper that is especially thick and
absorbent. Most watercolorist dont use white. For white,
they leave the unpainted paper blank. Wet-in-wet technique is
when colors are applied to moist paper and then spread out.
Edgar uses nylon brushes, Winsor & Newton or Schminke watercolor
paint in tubes and pans on 300 gram Fabriano or Arches paper
(100% cotton). He also works on hand-made paper (bamboo, mulberry,
cotton) from Asian countries.
OIL PAINT
Has been used since the Middle Ages. Oil paint
can be applied, in a classical way, in thin, smooth and sometimes
transparent layers (glacis). Edgar applies this
paint heavily like the impressionists did in such
a way that thick brushstrokes remain visible. Edgar uses bristle
brushes and Talens Rembrandt, Old Holland, and Lefranc &
Bourgeois oil paints on canvas. He sometimes uses canvas of
mailbags as a painting support. Formats vary from 40x50cm to
80x120cm.
MIXED TECHNIQUES
For his dance drawings and sometimes for
his portraits Edgar uses a combination of different materials
watercolor paint, water soluble chalk (Neocolor Caran
dAche) and black or bistre ink with Japanese brush pencils
and calligraphy pens.
SANGUINE CHALK
Sanguine is an artists chalk manufactured of red earth pigment. This blood reddish chalk was particularly used in Old Master drawings. Edgar is making use of sanguine pencils and sticks. (Hardmuth Koh-I-Noor, Caran dAche).
INK
Edgar uses water-soluble drawing ink mostly from Japanese brush pens for his sketches. Ink washes, wet-in-wet is part of his brush technique and he often he combines it with other materials (see: mixed media). Occasionally he is making use of colored ink and bistre.
CHARCOAL
A classic art materiaal made of burned willow twigs. It is a popular technique as it can be easily corrected. Most of Edgars charcoal work has been made during his academy years. Edgar is now drawing with siberian chalk, compressed charcoal which has deeper shades.